Principe van de schokgolf
Met het kanon worden om de vijf seconden ioniserende (energierijke) schokgolven in de lucht geschoten. Deze bereiken snel de hoge atmosfeer, tot op 15000m, bij –50°C, waar de hagel zich ontwikkelt.
Een gedeelte van de golven wordt teruggekaatst door de wolken en de tropopauze. Deze botsen tegen de stijgende golven.
Hierdoor verhoogt hun snelheid en energie en vervoeren zo een groot ioniserend potentiaal (ioniseren is het wegslaan van elektronen.)
Door het voortdurend op en neer gaan van de golven ontstaan er een mengeling polariteiten in de wolk. Dit brengt een kettingreactie aan micro–explosies met zich mee waardoor de ijskristallen onstabiel worden.
Ze kunnen geen waterdruppels of waterdamp meer opnemen. Ze vallen naar beneden en doorkruisen in hun val de verstoringszone die door de schokgolven is veroorzaakt. Daardoor worden de stenen versplinterd.
De hagel valt uiteindelijk als regen of natte sneeuw op de grond.










